Foto van een onderzoeker

onderzoek

Laudatio uitgesproken door prof. dr. Els Witte

Laudatio voor Mevr. Frie Leysen
Uitgesproken door prof. dr. Els Witte

Met de uitreiking van de titel van Doctor Honoris Causa wil de Vrije Universiteit Brussel de Vlaams-Brusselse kunsthistorica Frie Leysen eren voor de grensverleggende, vernieuwende en gedurfde rol die ze in de kunstwereld heeft gespeeld, eerst in Antwerpen waar ze De Singel uitbouwde tot een gerenommeerd internationaal kunstencentrum en vanaf 1992 in Brussel, waar ze van een bicultrueel kunstenfestivalproject een onverhoopt succes maakte.

Frie Leysen gaf heel concreet gestalte aan het ideaal dat bij velen van ons, en zeker aan de VUB, leeft: van Brussel de ontmoetingsplaats van de twee gemeenschappen en een venster op Europa en de wereld maken. Haar doel was het om er een krachtig cultuurleven tot stand te brengen dat over de grenzen van taal en cultuurgemeenschap heengolft en van de verscheidenheid en het cosmopolitisme dat Brussel kenmerkt, een troef maakt, met één basisidee op de achtergrond : dat niemand zijn eigen identiteit verliest door zich open te stellen voor die van de ander, maar dat mensen integendeel elkaar op die manier kunnen vinden. Cultuur verenigt immers.

Met de ervaring die ze in Antwerpen had opgedaan, kwam ze dus naar Brussel en ook met de hoop dat er in de hoofdstad, na de Brusselwet en als gevolg van de groeiende meertaligheid, een meer open klimaat was ontstaan. De twee gemeenschappen laten samenwerken bleek aanvankelijk nog steeds moeilijk te zijn. De steun die het Kunstenfestivaldesarts van de Vlaamse gemeenschap kreeg, wekte argwaan bij vooral die Franstaligen die in Brussel enkel “une ville de culture française” wilden zien. “Het paard van Troje van de Vlamingen in Brussel” noemden die haar zelfs nog in 2003. Dat de Franstalige pers daarover verontwaardigd was, toonde echter aan dat Frie Leysens project toen reeds ingeburgerd was in en gedragen en gesteund werd door de twee gemeenschappen, ook al was een evenwichtige financiering toen nog problematisch.

Frie Leysen wilde echter meer dan de culturele samenwerking tussen Nederlands- en Franstaligen. Tegelijkertijd moest Brussel een cultureel aanbod krijgen dat men van de hoofdstad van Europa mocht verwachten. Meer internationale producties dus, een nieuw cultureel elan en een plaats op de Europese kaart, naast de festivals van Parijs, Wenen en Amsterdam. Maar ook een cultureel hart voor Europa, naast de dominantie van het economische en het politieke Europa. Kunst als teken van hoop op een betere wereld, waarin kunstenaars zuurstof geven aan de Europese democratie. Europees dus maar zeker niet eurocentrisch. Frie Leysen vindt het namelijk één van haar hoofdtaken om de Europeanen te confronteren met de andere culturen. Ze werkte zich dus in in de culturen van Oost-Europa, Azië, Zuid-Amerika en het Midden-Oosten, ging er de rijkdom van opzoeken en bracht ze naar Brussel, om in Europa de wereld van buiten Europa te overdenken, de angst ervoor en de onwetendheid erover weg te werken. Ze is op zoek gegaan naar kunstenaars die zonder hun verleden te loochenen, getuigen zijn van de actuele realiteit in hun gemeenschap en een brug slaan tussen de cultuur in het land van herkomst en de Brusselse wereld.

Alleen kunst en fundamenteel wetenschappelijk onderzoek zijn bij machte om onze samenleving met nieuwe ideeën, inzichten en gevoeligheden te verrijken, is Frie Leysens visie. Ze legt dan ook graag het hoofdaccent op de hedendaagse kunst en op artistieke projecten met duidelijke maatschappelijke contouren. Ze wil mensen met visies aantrekken, mensen die persoonlijke verhalen aanreiken, die ervoor zorgen dat we niet indommelen in onze gezapige zekerheid, die de clichébeelden van de media nuanceren en die in onze samenleving, waar de winnaars zo centraal staan, aandacht vragen voor de kwetsbaarheid van de mens.

Frie Leysen heeft aan die doelstellingen heel hard en met veel doorzettingsvermogen gewerkt. In die vijftien jaar is het Kunstenfestivaldesarts – “le Kunst” zoals de Franstaligen het noemen – uitgegroeid tot een instituut dat op cultureel vlak wezenlijke veranderingen heeft totstandgebracht in Brusssel. “La crispation et la distance ont cédé la place à la sérénité”, schreef Le Soir terecht. Nederlandstaligen en Franstaligen werken op voet van gelijkheid samen in een merkelijk verbeterd klimaat en met de aandacht gericht op het artistieke project en niet op de politieke aspecten. Langlopende financiële akkoorden garanderen het Kunstenfestivaldesarts voortaan een toekomst. Er werd een nieuw publiek opgebouwd met Franstaligen die vooral uit Brussel komen en Nederlandstaligen die uit Brussel en heel Vlaanderen komen, en die allen voor samenwerking gewonnen zijn. Het respect voor de andere cultuur uit zich bovendien in verschillende vertaalmechanismen. Boventiteling is normaal geworden in Brusselse theaters. Het project is niet enkel succesvol wat de producties betreft uit binnen- en buitenland, maar ook de pers steunt het zonder meer. De Franstalige én de Nederlandstalige media staan beide bijzonder positief tegenover het Kunstenfestivaldesarts.

Kortom, Frie Leysen heeft ons allen laten zien dat het anders kan, dat samenwerking in Brussel niet enkel een vrijblijvend discours moet blijven. Werken met kunstenaars uit de twee gemeenschappen, in de theaters van de twee gemeenschappen, met geld van de twee gemeenschappen en voor een taalgemengd publiek : dat realiseerde zij. De openheid aan beide kanten is geen utopie meer. Frie Leysen leverde daaraan een cruciale bijdrage. De VUB is haar daar dankbaar voor.